PDF Opties

1. Algemene dekkingsmiddelen

Algemeen

De algemene middelen van de gemeente worden ingezet om de kosten van de programma’s te dekken. Dit betreft middelen waarvoor geen specifiek vooraf vastgelegd bestedingsdoel geldt. De belangrijkste bron van vrij besteedbare inkomsten voor de gemeente is de algemene uitkering uit het gemeentefonds, waarvan de hoogte door het Rijk wordt bepaald. Daarnaast kan de gemeente zelf inkomsten genereren door belastingen te heffen, met de onroerendezaakbelasting als belangrijkste bron. De opbrengst van belastingen heeft, in tegenstelling tot heffingen zoals het rioolrecht en de afvalstoffenheffing, geen specifiek bestedingsdoel en valt daarom onder de algemene dekkingsmiddelen. Andere vrij besteedbare middelen zijn de dividenden van deelnemingen en het renteresultaat uit de financieringsfunctie.

De algemene dekkingsmiddelen omvatten de baten en lasten van:

  • Lokale belastingen en heffingen;

  • De algemene uitkering uit het gemeentefonds;

  • Het gemeentelijk financieringsbeleid, het saldo van externe vaste geldleningen, en de intern toegerekende rente aan activa en grondexploitaties;

  • Baten en lasten verbonden aan financiële deelnemingen;

  • Incidentele baten en lasten van voorgaande jaren;

  • Algemene baten en lasten, inclusief onvoorziene inkomsten en nog te bestemmen middelen (stelposten).

Gemeentefonds

De uitkering uit het gemeentefonds die in deze jaarrekening is verantwoord, is gebaseerd op de decembercirculaire van 2024. De uitgaven binnen de verschillende ministeries hebben direct invloed op de groei of krimp (het accres) van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. In het najaar van 2023 was het voorlopige accres, gebaseerd op de gecombineerde index, voor 2024 nog 5,31% groei. De jaarlijkse nominale compensatie (het zogenaamde LPO-deel) is in het voorjaar van 2024 geactualiseerd en definitief vastgesteld voor 2024, op basis van het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau (CPB). Het LPO-deel werd berekend volgens een nieuwe systematiek, de prijs bbp, waardoor de definitieve index voor 2024 uitkwam op 4%.

In 2024 zijn 3 circulaires verschenen (mei, september en december) over het financieel perspectief voor gemeenten. De belangrijkste ontwikkelingen in deze circulaires waren:

  1. Nieuwe financieringssystematiek: Het Rijk heeft in het voorjaar van 2024 besloten de nieuwe financieringssystematiek al per 2024 in te voeren (in plaats van 2027). De normeringssystematiek (trap op trap af) is vervallen, en het Gemeentefonds volgt nu meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product (bbp). De indexatie is gesplitst in een volumedeel, gebaseerd op een 8-jarig historisch gemiddelde van de bbp-ontwikkeling, en een prijsdeel, dat meegroeit met de inflatie en de prijsbbp van het lopende jaar. Dit heeft geleid tot lagere accressen en een negatieve bijstelling van de algemene uitkering, ondanks de compensatie van het Rijk door de nieuwe systematiek.

  2. Nieuw verdeelstelsel (vanaf 01-01-2023): Het nieuwe verdeelstelsel heeft geleid tot herverdeeleffecten voor individuele gemeenten, waaronder Purmerend als nadeelgemeente. Dit nieuwe verdeelmodel is niet definitief en vereist voortdurende aanpassingen. Hiervoor is een onderzoeksagenda opgesteld om de maatstaven voor eenpersoonshuishoudens, grootstedelijkheid, overige eigen middelen (zoals het vereveningspercentage OZB) en de stapeling in het sociaal domein (voorheen centrumfunctie) verder te onderzoeken. Door deze vervolgonderzoeken is de herijking van het gemeentefonds uit 2023 nog steeds niet afgerond en bedraagt het ingroeipad voor Purmerend € 22,50 per inwoner, terwijl het nadeel voor Purmerend oploopt naar € 40,26 bedraagt (stand 2023). In 2024 liep de herijking van de verdeling van het gemeentefonds vertraging op, waardoor een reservering van € 1,3 miljoen verviel. Aangezien sommige onderdelen van deze onderzoeksagenda mogelijk nadelig voor Purmerend uitpakken, is er een stelpost opgenomen in de begroting van 2025. De resultaten van deze onderzoeken worden in het eerste halfjaar van 2025 verwacht.

  3. Houdbaarheid WMO-uitgaven: Het Rijk en de gemeenten werken samen aan het beheersen van de WMO-uitgaven (bijvoorbeeld door het beëindigen van het openeinde-deel van de WMO). Aangezien de vergrijzing toeneemt, zullen de zorgkosten voor de uitvoering van de WMO in de toekomst stijgen. Er wordt verwacht dat een deel van de WMO-uitgaven niet langer via de algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt gefinancierd, maar via aparte financiering, zodat het risico van grote kostenstijgingen niet volledig bij de gemeenten komt te liggen. Er wordt onderzocht hoe een geobjectiveerde indexering kan worden toegepast die rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing.

  4. Terugdringen specifieke uitkeringen: Er wordt gewerkt aan maatregelen om het aantal specifieke uitkeringen (60) te verminderen. Dit moet de autonomie van gemeenten vergroten en administratieve lasten verminderen. In 2026 moeten specifieke uitkeringen zijn omgezet in bijzondere fondsuitkeringen (BFU). In 2025 wordt samen met de medeoverheden besloten over de toekomst van deze specifieke uitkeringen, waarbij de volgende uitkeringen zeker blijven bestaan: herstel toeslagenaffaire, opvang van Oekraïners, en compensatie voor de aardbevingsslachtoffers in Groningen.

  5. Extra incidentele middelen: In 2024 is incidenteel geld beschikbaar gesteld voor onder andere het nationaal actieplan dakloosheid, werkdrukverlaging jeugdbescherming, LHBTI-emancipatiebeleid, loon- en prijsbijstellingen voor integratie-uitkeringen, de omgevingswet, en compensatie voor de gevolgen van de oorlog in Oekraïne. Vanwege de huidige financiële situatie zijn deze middelen vrij besteedbaar en toegevoegd aan het begrotingssaldo in plaats van specifiek aan beleidsvelden.

  6. Landelijke ontwikkelingen jeugdzorg: Gezien de stijgende kosten voor jeugdzorg zijn we in afwachting van het advies van de deskundigencommissie voor de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028. De commissie onderzoekt of de uitvoering van de Hervormingsagenda de gewenste effecten heeft op de uitgaven. Inmiddels is het rapprt 'groeipijn' van de commissie van Ark uitgebracht. In de Voorjaarsnota 2025 wordt u hier nader over geïnformeerd.

Deelnemingen

Stadsverwarming Purmerend (SVP)

De aandelen in Stadsverwarming Purmerend (SVP) zijn voor 100% in handen van gemeente Purmerend. Sinds 2012 is de deelneming gewaardeerd op € 38,27 miljoen (oorspronkelijk € 42,6 miljoen).

In 2024 zien we de volgende ontwikkelingen:

  • De productie van de BWC is voor 2024 uitgekomen op 833.000 GJ. Dat is beduidend meer dan in het jaar 2023 (548.000 GJ) waarin SVP te maken had met niet voorziene uitval van de ketels;

  • SVP heeft ultimo 2024 bijna 28.800 klanten (ruim 29.500 aansluitingen), een toename ten opzichte van 2023 van ruim 400 klanten (600 aansluitingen);

  • Voor het aantal ongeplande leveringsonderbrekingen behoede in 2024 in 0 gevallen wettelijke compensatie te worden uitbetaald (2023:0). Het aantal ongeplande en acute onderbrekingen bedroeg in 2024 10 (2023: 29). Het aantal geplande onderbrekingen bedroeg in 2024: 134 (2023: 214). Dat is 80 minder dan in 2023;

  • De algemene klanttevredenheid wordt tweejaarlijks gemeten en ligt met een 7,3 (meting 2024) op een vergelijkbaar niveau als de vorige meting (7,4 in 2022).

Ontwikkeling resultaat 2024

De netto omzet van SVP is 2024 uitgekomen op € 46,2 miljoen, dit is € 9,2 miljoen lager dan in 2023 (55,4 mln). Dit komt door € 11,6 miljoen lagere omzet warmteleveringen voornamelijk vanwege het gedaalde GJ-leveringstarief. De omzet van het vastrecht is met € 4,3 miljoen gestegen voornamelijk vanwege het gestegen vastrechttarief. De overige omzet neemt met € 1,9 miljoen af ten opzichte van voorgaand jaar. De afname werd bijna geheel veroorzaakt door subsidie effecten (SDE+ en HEHW). In 2024 is er € 0,2 mln. aan SDE+ subsidie verkregen voor de BWC GJ-productie (2023: € 0 mln.). In 2024 is de regeling ‘Tijdelijke subsidieregeling hernieuwbare warmteprojecten’ (HEHW) uit 2023 niet herhaald. De toekenning betekende in 2023 een opbrengst van € 2,0 mln.

Het resultaat na belastingen over 2024 is € 1,1 miljoen. Dit bestaat uit:

  • Een resultaat uit normale bedrijfsvoering van € 0,9 miljoen;

  • Een belastingresultaat van € 0,2 miljoen.

Het resultaat 2024 voor belasting is € 0,5 miljoen beter dan de prognose najaar 2024. Dit komt met name door meerdere kleinere effecten: een iets kouder 4e kwartaal, diverse onderschrijdingen binnen de bedrijfskosten, het niet hoeven in te zetten van de post onvoorzien en lagere rentelasten.

Het resultaat over 2024 (€ 1,1 miljoen) wordt conform afspraken met de aandeelhouder toegevoegd aan het eigen vermogen van SVP.

Financiële toelichting

De algemene dekkingsmiddelen hebben per saldo een voordelige afwijking van € 793.000. Dit komt door € 23.000 lagere lasten en € 816.000 hogere baten. De belangrijkste verschillen worden hieronder toegelicht.

PGR11

Realisatie 2023

Begroting 2024 primitief

Begroting 2024 bijgesteld

Realisatie 2024

Afwijking

Lasten

5.369

3.987

-464

-440

23

Baten

-221.821

-226.398

-236.509

-237.325

-816

Saldo

-216.452

-222.411

-236.973

-237.765

-793

1 Lokale heffingen

Realisatie 2023

Begroting 2024 primitief

Begroting 2024 bijgesteld

Realisatie 2024

Afwijking

Lasten

45

64

64

47

-16

Baten

-19.453

-21.184

-21.184

-21.329

-145

Saldo

-19.409

-21.120

-21.120

-21.282

-162

2 Nog te bestemmen middelen

Lasten

2.300

Saldo

2.300

3 Gemeentefonds

Baten

-199.793

-203.632

-212.313

-213.961

-1.648

Saldo

-199.793

-203.632

-212.313

-213.961

-1.648

4 Eigen financieringsmiddelen

Lasten

-896

1.096

-1.063

-1.254

-191

Baten

-218

-127

-235

-317

-82

Saldo

-1.114

968

-1.297

-1.571

-274

5 Deelnemingen

Lasten

614

527

527

576

49

Baten

-2.357

-1.404

-2.727

-1.718

1.009

Saldo

-1.743

-877

-2.200

-1.142

1.058

6 Incidentele baten en lasten

Lasten

5.607

8

190

182

Baten

-50

-50

50

Saldo

5.607

-50

-42

190

232

Toelichting per product

1. Lokale heffingen

De baten zijn € 145.000 hoger dan begroot. Dit resultaat wordt voornamelijk veroorzaakt door:

  • Incidenteel lagere opbrengst uit Onroerendezaakbelasting (OZB): € 28.000.

  • Incidenteel hogere opbrengst uit precariobelasting: € 14.000.

  • Incidenteel hogere opbrengst uit toeristenbelasting: € 143.000.

  • Hogere opbrengst uit hondenbelasting: € 16.000.

Daarnaast zijn de lasten lager dan begroot door een dotatie aan de voorziening dubieuze belastingdebiteuren. Voor de toeristenbelasting zien we een toename in het volume. In de Voorjaarsnota 2025 is dit structurele effect meegenomen.

2. Nog te bestemmen middelen
In het onderdeel 'nog te bestemmen middelen' zijn (collectieve) stelposten opgenomen die in principe alle onderdelen van de gemeentebegroting beïnvloeden. In 2024 zijn deze stelposten in de Voorjaarsnota toegewezen aan de verschillende programma's, zodat er per saldo geen afwijkingen zijn te melden.

3. Gemeentefonds

De uitkering uit het gemeentefonds is in 2024 verantwoord voor ruim € 213,96 miljoen. Dit is incidenteel ruim € 1,6 miljoen meer baten dan begroot.

Uitkeringsjaar

Bijgestelde
Begroting

Realisatie

Afwijking

2022

-

224.083

224.083

2023

-

29.222

29.222

2024

212.312.989

213.707.466

1.394.477

Totaal gemeentefonds

212.312.989

213.960.771

1.647.782

Uitkeringsjaar 2024

Het resultaat van de algemene uitkering 2024 bedraagt € 213.707.466, gebaseerd op de laatste specificatie van Binnenlandse Zaken (2024-12 nr.11). Dit is € 1,6 miljoen hoger dan geraamd in de Najaarsnota 2024. Dit voordeel wordt voornamelijk veroorzaakt door:

  • Suppletie-uitkering lage inkomens: € 0,7 miljoen. Deze middelen zijn bedoeld om de koopkracht van huishoudens met een laag inkomen te versterken. Aangezien onze gemeente relatief veel inwoners met een laag inkomen heeft, ontvangen wij extra middelen om deze doelgroep beter te ondersteunen.

  • Kosten regionale centrumfunctie: € 0,2 miljoen. De gemeente heeft extra inkomsten ontvangen om de kosten te dekken die gepaard gaan met onze regionale centrumfunctie.

  • Demografische ontwikkelingen: € 0,2 miljoen. Het aantal inwoners met een migratieachtergrond in onze gemeente is toegenomen, wat heeft geleid tot een hogere vraag naar voorzieningen en diensten, zoals onderwijs, zorg en maatschappelijke ondersteuning. Hiervoor zijn aanvullende rijksmiddelen verstrekt.

  • Decembercirculaire 2024: € 0,3 miljoen. Aanvullende middelen zijn toegekend voor decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Van dit bedrag is € 0,1 miljoen bestemd voor de vangnetregeling energietoelage, gericht op het ondersteunen van huishoudens in kwetsbare situaties die financieel in de problemen verkeren door de stijgende energiekosten. Het overige bedrag is bestemd voor de uitvoering van de Spreidingswet en voor de meerkosten door de opvang van Oekraïense vluchtelingen.

Het voordeel uit deze circulaire komt in het financieel resultaat van de gemeente en vloeit naar de algemene reserve.

Nabetalingen over vorige jaren (2022 en 2023)

  • De nabetaling over 2022 voor Purmerend is € 224.083 hoger dan begroot door de vaststellingen van de uitgavenmaatstaf medicijngebruik en een hogere uitkeringsfactor (+3 punt) door de vaststelling OZB;

  • De hogere nabetaling van € 29.222 over 2023 betreft nadere vaststellingen van de maatstaven leerlingen (V)SO, inwoners met laag opleidingsniveau, omgevingsadressendichtheid, loonkostensubsidie en een lagere uitkeringsfactor (-2 punt).

Alle afwijkingen zijn incidenteel van aard.

4. Eigen financieringsmiddelen

Het renteresultaat vertoont een positief saldo van € 274.000. Dit voordeel wordt voornamelijk veroorzaakt door:

  • Vervroegde leningsovereenkomst: De lening van € 50 miljoen werd in november 2024 aangetrokken, terwijl in de raming werd uitgegaan van een lening vanaf juli. Deze vervroegde aantrekking resulteert in een voordeel op de rente.

  • Incidentele bate uit belastingrente: Er is een incidentele bate gerealiseerd door de vergoede rente van de Belastingdienst met betrekking tot de teruggave van vennootschapsbelasting over 2020. De Belastingdienst vergoedt belastingrente over de periode vanaf 1 juli na het belastingjaar tot en met 26 augustus van het daaropvolgende jaar, indien er een terug te ontvangen belastingbedrag is.

Deelnemingen

Het saldo van de post deelnemingen vertoont een negatief resultaat van bijna € 1,1 miljoen. Dit verlies wordt voornamelijk veroorzaakt door:

  • Hogere kosten bij de Stadsverwarming: Deze kosten zijn ontstaan door onderzoek naar technische problemen en advies voor een markconformiteitstoets met betrekking tot de garantiepremie tussen Stadsverwarming en de gemeente Purmerend.

  • Geen winstuitkering uit De Beemster Compagnie: In de Voorjaarsnota 2024 is rekening gehouden dat uit De Beemster Compagnie, een V.O.F. waarbij zowel de gemeente als BPD Ontwikkeling 50% eigenaar is, winst zou worden uitgekeerd. Deze verwachting was gebaseerd op het afsluiten van de grondexploitaties Nieuwe Tuinderij Oost en De Keyser welke bezig is met de laatste deelgebieden. De opgenomen raming van € 1 miljoen in 2024 was op basis van de inschatting van het eindresultaat van de grondexploitaties van de Beemster Compagnie (jaarrekening 2023). Per 31 december 2024 is in het MPG een eindwaarde van € 4,56 miljoen opgenomen voor de grondexploitatie van de Nieuwe Tuinderij. Van dit bedrag komt in 2025 50% ten gunste van de gemeente,. Dit zal worden verwerkt in de Voorjaarsnota 2025.

6. Incidentele baten en lasten

Het saldo van de incidentele baten en lasten vertoont een negatief resultaat van bijna € 230.000. Dit voordeel wordt voornamelijk veroorzaakt door:

  • Een extra vrijval voor oninbaarheid van € 260.000 (voordeel): Deze maatregel is genomen om de voorziening voor dubieuze debiteuren op het gewenste niveau te brengen.

  • Geen extra woningverkoop door de Woorncompagnie van € 50.000 (nadeel): Er heeft geen extra verkoop van woningen plaatsgevonden door de Woorncompagnie als gevolg van het anti-speculatiebeding in Leeghwater 3 (Middenbeemster). In de begroting werd rekening gehouden met de verkoop van één woning per jaar, wat € 50.000 zou opleveren. Een anti-speculatiebeding is een bepaling in een koopcontract die de koper verplicht om de gekochte woning een aantal jaren zelf te bewonen voordat deze mag worden doorverkocht. Dit beding heeft als doel speculatieve handel in onroerend goed tegen te gaan en de woningmarkt stabiel te houden.

  • Toelage voor onregelmatige dienst (TOD) € 442.000 (nadeel): Gemeenteambtenaren die vallen onder de bijzondere regeling voor werktijden, komen in aanmerking voor een toelage voor onregelmatige dienst (TOD) wanneer zij werkzaamheden verrichten buiten de reguliere werktijden. Binnen de gemeente Purmerend zijn er verschillende teams die werken volgens een rooster, waarbij sommige medewerkers op basis van dit rooster om 07:30 uur moeten beginnen. Deze medewerkers hebben recht op de genoemde toelage, maar deze is abusievelijk niet uitbetaald. Inmiddels is er duidelijkheid over het aantal betrokken medewerkers en de betreffende bedragen. De correctie betreft de periode van 2020 tot en met 2024, en de betaling van de uitstaande bedragen zal in 2025 plaatsvinden. Aangezien de verplichting al op 31 december 2024 is ontstaan, wordt de last voor deze correctie opgenomen in de jaarrekening van 2024.

Reserves

Algemene dekkingsmiddelen heeft naast de algemene reserve (separaat toegelicht bij het hoofdstuk financieel resultaat) geen reserves.

Voorzieningen

Binnen algemene dekkingsmiddelen zijn er geen voorzieningen.