Een functionele, veilige, toekomstbestendige en aantrekkelijke leefomgeving. We voeren het integraal beheerplan uit waarin we beschrijven hoe we door planmatig cyclisch onderhoud naar minimaal kwaliteitsniveau B gaan in de komende jaren, met uitzondering van de Binnenstad (kwaliteitsniveau A).
In lijn met het Parkenplan worden de parken één-voor-één opgeknapt. Begin juni 2024 is het vernieuwde Kooimanpark heropend. De ontwerpprocessen voor het Leeghwaterpark en Park De Dwarsgouw zijn in 2024 gestart. Het definitief ontwerp Leeghwaterpark is inmiddels gereed en wordt in februari 2025 behandeld door de raad. In 2024 is de opwaardering van Park De Noord gestart en halverwege 2025 wordt het heropend. Na oplevering van een park wordt het, net als de begraafplaatsen, de binnenstad en de beschermde dorpsgezichten, minimaal onderhouden op kwaliteitsniveau A.
De openbare ruimte wordt evenwichtig, klimaatadaptief en duurzaam ingericht en beheert. In alle vakdisciplines kijken we naar mogelijkheden om te verduurzamen en te innoveren, qua materiaal en werkwijze.
In 2024 wordt verder gewerkt aan diverse rioolvervangingsprojecten, wordt de verlichting in de gemeente verder vervangen door ledverlichting en wordt gekeken welke onnodige of niet-functionele verhardingen omgezet kunnen worden naar groen. We monitoren de voortgang en kwaliteit met periodieke inspecties en waarborgen de veiligheid door technische inspecties, alles volgens het vastgestelde Integraal Beheerplan Openbare Ruimte.
We zetten het ingezette cyclisch onderhoud in het groen voort en verbeteren de biodiversiteit, natuurinclusiviteit en groei- en leefomstandigheden voor de bomen.
We beoordelen kritisch welke stukken we wel of niet intensief maaien. Hiermee blijven we de biodiversiteit stimuleren, terwijl we ook kijken waar we de beeldkwaliteit in de openbare ruimte kunnen verbeteren. Zo gaan we de zichthoeken bij kruisingen, rotondes en oversteekplaatsen met ruw gras vaker maaien.
We geven duidelijk aan hoe we de openbare ruimte inrichten voor goed beheer. Daarom actualiseren we de HIOR, waarin de laatste wet- en regelgeving en beleid zijn verwerkt voor externe partijen die werken aan het ontwikkelen of herinrichten van de openbare ruimte.
HHNK draagt het beheer van wegen over aan gemeenten, zodat het zich volledig kan richten op zijn watertaken. In Noord-Holland zijn vrijwel alle wegen inmiddels overgedragen, behalve in 2 Waterlandse gemeenten.
Samen met de regiogemeenten (Waterland, Wormerland, Edam- Volendam, Landsmeer) en HHNK zijn uitgangspunten opgesteld voor de businesscase voor deze overdracht. Deze uitgangspuntennotitie werd op 28 februari 2023 vastgesteld door het college en begin maart ter informatie naar de raad gestuurd. De uitgangspuntennotitie is de basis voor de businesscase. Deze moet inzicht geven in de financiële gevolgen van de overdracht en ondersteunt de besluitvorming. Naast wegen gaat het ook om bijbehorende bomen en overige inrichting. In de Beemster is dit een omvangrijk areaal.
HHNK betaalt het wegenonderhoud voor een deel uit gemeentelijke bijdragen en een deel uit wegenheffing bij inwoners van de gemeenten waar het wegen beheert. In 2024 was niet volledig duidelijk wat precies wordt overgedragen en in welke staat het verkeert (wegen, bomen en kunstwerken). Hierdoor was de haalbaarheid van de overdracht per 1 januari 2025 onzeker. De verwachting is dat in het derde kwartaal van 2025 voldoende duidelijkheid is om een goed advies aan het college en de raad voor te leggen.
Ervaringen in andere gemeenten laten zien dat overdracht zonder volledig inzicht in de kwaliteit kan leiden tot onverwachte meerkosten, onder andere door achterstallig onderhoud en gebreken in funderingen. Daarom wordt samen met HHNK onderzocht welke activa worden overgedragen. Begin 2025 is gestart met een onafhankelijk onderzoek om de kwaliteit in beeld te brengen. Vanwege ontbrekende gegevens worden aanvullende metingen en onderzoeken uitgevoerd in overleg met HHNK.
Door deze extra onderzoeken is de geplande overdracht per 1 januari 2025 niet gehaald. De resultaten worden verwerkt in een business case, waarin de impact van de overname en de resterende onzekerheden duidelijk worden. Pas nadat afspraken zijn gemaakt met HHNK over overdrachtsvoorwaarden, herstelwerkzaamheden en resterende risico’s, kan het college en de raad een definitief besluit nemen.
Het klimaat verandert en weersextremen nemen toe. Om hierop te anticiperen is in 2024 gewerkt aan de totstandkoming van de nieuwe Klimaatadaptatiestrategie gemeente Purmerend 2025-2030. Deze is in de raad van februari 2025 vastgesteld. Met deze strategie werken we, in lijn met het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA), toe naar een klimaatbestendige en waterrobuuste gemeente in 2050. Onze uitgangspunten voor een klimaatbestendige en waterrobuuste gemeente Purmerend zijn:
Rekening houden met water en bodem
Anders omgaan met (regen)water
Gezonde leefomgeving
Gevolgbeperking overstromingen
Bij grootschalige herstructurering (weg-, rioolvervanging) worden klimaatadaptievemaatregelen meegenomen om de kwetsbaarheid terug te dringen. Binnen ruimtelijke ontwikkelingen hanteren we de Basisveiligheidsniveaus Klimaatbestendige Nieuwbouw als eis, in lijn met de Omgevingsverordening van de Provincie Noord-Holland.
In 2024 zijn onderstaande projecten klimaatbestendig uitgevoerd:
Overwhere-Zuid deelplan A6-1: groene waterbuffers en waterpasserende verharding.
Wheermolen-Oost deelplan 2 (maart 2025 gereed): waterbergende weg, meer groen.
Park De Noord: Meer oppervlaktewater, natuurlijke beschoeiing, groen.
Van IJsendijkstraat: waterbergende parkeerplaatsen.
In 2025 wordt onder andere gestart met de volgende projecten en klimaatadaptieve maatregelen:
BOL Luitje Broekemastraat en Koggenland: waterbergende parkeerplaatsen.
Leeghwaterpark: extra oppervlaktewater met natuurvriendelijke oevers.
Overwhere-Zuid deelplan A6-2: waterpasserende verharding en natuurvriendelijke oevers.
Wheermolen deelplan 3: Waterbergende weg, meer groen en verbeteren boomgroeiplaatsen.
Artikel 3 van de Arbowet bepaalt dat organisaties bij de bedrijfsvoering van elektrische installaties aan wettelijke verplichtingen moeten voldoen. In 2023 heeft een externe partij een plan van aanpak opgesteld. Op basis daarvan is in 2024 een installatieverantwoordelijke (openbare ruimte) aangewezen door de gemeentesecretaris/directie. Om het beleid goed vast te leggen, is in 2024 gestart met het opstellen van het handboek 'Bedrijfsvoering van elektrische installaties in de openbare ruimte'. Dit handboek is begin 2025 gereed en wordt door de gemeentesecretaris getekend.
Vervolgacties vanuit het vaststellen van het handboek zijn:
Het (her)opleiden van medewerkers die werken met elektrische installatie in de openbare ruimte.
Het aanwijzen van medewerkers die werken met elektrische installatie in de openbare ruimte.
Het borgen van de inspecties van elektrische installaties in de openbare ruimte.
Een nieuw sleutelplan opzetten van de elektrische installaties in de openbare ruimte.
De komende jaren ligt het risico in de bedrijfsvoering voornamelijk in stijgende materiaalkosten, beperkte capaciteit, maar ook de energie-, brandstof- en loonkosten en het ondanks de grote opgave bereikbaar houden van de stad.
In de Voorjaarsnota 2024 zijn de begrote bedragen niet geïndexeerd volgens onze kostenstijging. Hierdoor worden achterstanden minder snel ingelopen dan bestuurlijk vastgesteld, waardoor het langer duurt om naar beheerniveau B te komen. Daarnaast leidt het uitblijven van areaaluitbreiding (VJN 2023 en verder) tot een uitholling van de bestaande budgetten, wat ook gevolgen heeft op het beheerniveau.
In 2024 is het budget van Beheer en Onderhoud incidenteel gecorrigeerd voor Wegen en Civiel, vanwege een verwachte onderbesteding voor de periode 2024-2027. We verwachten deze uitgenomen budgetten na 2027 weer nodig te hebben.
Het Water- en rioleringsprogramma (WRP) vervangt Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) en beschrijft hoe we de komende jaren afvalwater inzamelen en zorgtaken voor regen- en grondwater uitvoeren. Het uitgangspunt is dat we op doelmatige wijze bijdragen aan een gezonde en prettige leefomgeving. De overgang van GRP naar WRP is het gevolg van de Omgevingswet.
Bij (grootschalige) nieuwbouw en herontwikkeling houden we rekening met toekomstige ontwikkelingen, zoals extremere buien of langdurige droogte. Hierdoor verandert de inrichting van de openbare ruimte, er is meer ruimte nodig voor (tijdelijke) opvang van water. We streven ernaar om werken met elkaar te combineren en zoeken continue naar de optimale balans tussen kosten, risico’s en prestaties.
Inwoners en bedrijven van onze gemeente dragen via de rioolheffing jaarlijks bij aan de benodigde middelen. Tarieven worden indien nodig bijgesteld op basis van actuele en verwachte kosten en opbrengsten. Het WRP laat de trend van de rioolheffing over de langere termijn zien.
De gemeenten in de regio Zaanstreek-Waterland hebben het WPR gezamenlijk opgesteld. Dit programma bestaat uit een regionaal en een gemeentespecifiek deel en bevat een plan voor het beheer van grondwater.